Snoeken zijn prachtige en enigszins mysterieuze vissen. Daar zijn de meeste sportvissers het wel over eens. Maar wat maakt snoeken nu zo bijzonder en wat kan je leren van hun manier van jagen? Wij zetten de belangrijkste zaken voor je op een rij zodat je nog gerichter kan gaan snoek vissen.

Snoeken zijn echte rovers

snoeken

De snoek, ook wel bekend als Esox Lucius in het Latijn, is een beruchte rover. Niet voor niets noemen sommige sportvissers snoeken wel de barracuda’s van het zoete water. Snoeken zijn snelgroeiende vissen. In het eerste levensjaar kunnen ze wel 25 centimeter groeien. Eenmaal volwassen zijn mannetjes rond de 90 centimeter, terwijl vrouwtjes in enkele gevallen wel uit kunnen groeien tot een lengte van 1.40 meter. Deze snelle groei en indrukwekkende lengte kunnen ze alleen bereiken als ze voldoende eten. Tot de prooien van de snoek behoren vrijwel alle soorten witvis maar ook een roofvis als baars. Daarnaast zijn snoeken echte kannibalen. Ze eten zonder enige probleem hun eigen soortgenoten op. Naast vissen eten snoeken ook kikkers, salamanders, ratten, kreeftjes, en kleine eendjes.

Snoeken zijn uitgerust om te jagen

Snoeken zijn als geen andere vis uitgerust om te jagen. Hun slanke torpedovormige lichaamsbouw maakt ze snel. Hun groenachtige kleur met gele vlekjes geeft ze in veel gevallen een prima schutkleur om te jagen. Met hun lichte onderkant vallen ze van onderen bezien snel weg tegen de lucht boven de waterspiegel. Met hun donkere bovenkant vallen ze van boven bezien weg tegen de kleuren van de bodem van het water. Hierdoor kunnen prooivissen ze niet snel zien. En hebben ze hun prooi eenmaal te pakken dan laten snoeken deze niet snel los. Hun grote bek zit vol met ongeveer 700 tanden en tandjes. Door de grote bek met tanden zijn snoeken niet snel bang voor grotere vissen als prooi. Zo jagen ze op vissen die meer dan de helft van hun eigen lichaamslengte hebben!

Snoeken jagen zeer effectief

Snoeken zijn een expert in camouflage en verrassing. Dit doen ze door zich roerloos in het water te positioneren. Meestal zoeken ze hiervoor beschutte plekken op. Rietkragen, leliebedden, wierbedden, en obstakels in het water zijn geliefde plekken van de snoek om zich op te houden als hij jaagt. Ook jagen ze graag vanaf een plek net boven de bodem van het viswater. Dan vallen ze door hun donkere rug weg tegen de bodem. Om de prooi op te sporen en te traceren maken snoeken van verschillende zintuigen gebruik. Zo zijn ze uitstekende jagers op het zicht. Ze hebben goede ogen en weten hun prooi snel te vinden. Ook hebben ze een zogenaamd zijlijnsysteem, wat betekent dat er in hun flank een lijn van gevoelige zenuwen zit die bewegingen van prooien in het water aanvoelen. Als snoeken een prooi voorbij zien komen draaien ze meestal met hun borstvinnen wat bij. Dit gebeurt heel langzaam zodat de prooi niets door heeft. Als ze tot de aanval over willen gaan volgt het beruchte schot van de snoek. Snoeken kunnen in één seconde maar liefst zeven maal hun eigen lengte afleggen als ze op de prooi afschieten. Hierbij richt de snoek zich op de zijkant van de prooi. Hier worden meeste vissen gegrepen. Naast hun ogen en zijlijnsysteem gebruiken snoeken ook hun reukorgaan. Hiermee sporen ze gewonde of dode prooien op. Al met al maakt dit snoeken tot zeer interessante vissen. Vandaar dat veel sportvissers, bijvoorbeeld van de snoekstudiegroep, graag snoek bestuderen.

Snoeken met kennis van de snoek

Als we het bovenstaande weten dan kan je een aantal dingen doen om meer te vangen bij het snoekvissen. Ten eerste is het goed om de standplaats van de snoek op te sporen. Dit betekent dat je allereerst waterplanten, rietvelden en obstakels opzoekt en hier gaat vissen. Daarna kan je verder kijken naar wat meer open plekken waar de snoek zich boven de bodem zou kunnen bevinden. Ten tweede jaagt de snoek dus op het zicht. Speel hier op in door met bijvoorbeeld kunstaas te snoekvissen dat een opvallende kleur heeft zoals veel kunstaas pluggen dat hebben of schittert in het water (spinners, lepels). Omdat je weet dat snoeken ook met hun zijlijnsysteem jagen kan het zeker geen kwaad om met je kunstaas voor wat trillingen in het water te zorgen. Veel kunstaas doet dit vanzelf al als je het binnenhaalt, maar je zou bewust af en toe een rukje extra kunnen geven. Of je vist met pluggen met kogeltjes erin. Deze ratelaars zorgen voor extra trillingen en trekken zonder meer snoek aan. Omdat snoeken ook kunnen ruiken kan het zeker geen kwaad om hier op in te spelen. Ga je met een dood visje snoek vissen dan zou je het visje wat extra kunnen insnijden. Of je spuit er geurstof in die in hengelsportwinkels kan vinden. Ook met het vissen met shads zie je dit vaak. Bij dit zachte kunstaas kan je tegenwoordig ook geurstoffen inspuiten of zelf geurcapsules inbrengen. Zo wordt de reuk van de snoek getriggert en maak je extra kans om snoek te vangen.