Ofschoon snoek zich in de winter prima met kunstaas laat vangen, zweren veel vissers bij dood aas. Vooral grote snoek is in de winter wat trager, en geeft dan de voorkeur aan een makkelijk te vangen prooi. Dood aas in de vorm van een dode voorn, blei, sardine, spiering of kleine makreel lijkt dan het aas bij uitstek. Maar hoe vissen we hiermee?

Met dood aas op de bodem

dood aas snoek

Met dood aas op de bodem vissen wordt ook wel statisch vissen genoemd. Het betreft hier het aanbieden van de aasvis met een loodmontage op de bodem; een visserij die erg lijkt op het karpervissen met boilies. Vooral in situaties waar de aasvis geworpen dient te worden (met name op wat groter water) is statisch vissen een goede methode. We gebruiken een karperhengel (3.60 meter, 2.25 a 2.5 lbs), een molen met flinke spoel voorzien van 35/00 nylon of (minstens 18/00) gevlochten vislijn, lood van 35 gram (schuivend, dus los op de lijn), en een stalen onderlijn voorzien van twee dreggen (tip: die van het merk Gamakatsu zijn sterk en scherp). De dreg die helemaal aan het eind van de onderlijn zit haken we met 1 haakpunt net achter de kop in de flank van de aasvis. De haakpunten wijzen hierbij richting de staart van de aasvisnet. De tweede dreg wordt vlak tegen de staart in de zijkant van de aasvis geprikt. Ook deze dreg wijst met de punten richting de staart van de aasvis. Omdat het belangrijk is dat de haken goed in de aasvis blijven zitten als er wordt ingegooid, gebruiken veel vissers (naai)garen of elastiek. Hiermee wordt met name de dreg die dicht tegen de staart zit strak om de aasvis vastgebonden. Ook voor de andere haak kunt u dit doen. Om een aanbeet te registeren zijn optonics een must. En heeft u beet? Zorg dan dat u de haak uiterlijk na 10 seconden zet! Dit moet voorkomen dat de snoek het aas heeft kunnen inslikken.

Met dood aas aan de dobber

Met het vissen met de dobbermontage kan de aasvis net boven de bodem worden aangeboden. Goed uitpeilen is hierbij noodzakelijk. We maken gebruik van dezelfde materialen als hierboven omschreven. Het belangrijkste verschil zit hem in de dobber. Een goed zichtbare snoekdobber is een onmisbaar attribuut. Bij dieper water wordt deze uitgelood en met een stuitje op de lijn vastgezet. Wat betreft het bevestigen van de aasvis is het belangrijk om te weten dat deze zo natuurlijk mogelijk in het water dient te ‘hangen’. Aasvissen die op de kop of verticaal worden aangeboden, worden minder snel door de snoek gegrepen. De aasvis dient dus horizontaal met de rug naar boven aan de stalen onderlijn te komen. Dit gaat het beste door 1 dreg in de rug van de aasvis te haken en 1 dreg net daaronder in de buik van de vis te zetten. Zorg hierbij dat de dreg in de rug de dragende dreg is, dat wil zeggen, deze dreg draagt het gewicht van de vis als deze aan de onderlijn hangt. De dreg in de buik dient vooral om de inhaakkansen bij de snoek te verhogen. En net als bij statisch vissen geldt: sla uiterlijk na 10 seconden aan. In tegenstelling tot het vissen met kunstaas is er geen direct contact met de snoek en we moeten voorkomen dat de snoek de boel slikt.