Snoekbaars heeft de naam vooral een zomervis te zijn. Dat dit niet langer opgaat blijkt uit de talloze vangsten in de winterperiode. Zowel met kunstaas als met dood aas kunt u in de winter snoekbaars vissen.

Met kunstaas snoekbaars vissen in de winter

snoekbaars vissen winter

Om met kunstaas in de winter succesvol te snoekbaars vissen zal er in de diepere gedeelten van het water tegen de bodem moeten worden gevist. Wil de snoekbaars in de zomer nog wel eens in ondieper water en van de bodem af jagen, in de winter is dit zeer zeker niet het geval. Om op de juiste diepte te komen kiezen we voor zinkend kunstaas. Goede vangers in de winter zijn kunstaas shads zoals de Jackson Zanderbait, zinkende pluggen en verzwaarde spinners. Van belang is dat het kunstaas langzaam binnen wordt gevist omdat de snoekbaars niet zo snel is door het koude water. Daarnaast is het goed om te weten dat het kunstaas niet per definitie klein hoeft te zijn. Veel snoekbaarsvissers zijn het er over eens dat snoekbaars graag wat groter kunstaas pakt. Kunstaas tussen de 12 en 15 cm lijkt een goede oplossing. Probeer bij het vissen eens verschillende kleuren uit. Op sommige dagen ‘loopt’ de snoekbaars op wit en lichtgele kleuren, terwijl felle baarsachtige imitaties het op andere dagen weer bijzonder goed doen. En uiteraard, omdat er altijd kans op snoeken is, gebruik altijd een stalen onderlijntje of een onderlijntje van fluorocarbon.

Met dood aas snoekbaars vissen in de winter

Dood aas is van oudsher een zeer geschikt aas voor snoekbaars vissen in de winter. We kunnen dit met de dobber of met een schuifloodje op de bodem aanbieden, bij voorkeur in de diepere delen van het water. Vaak geven vissers de voorkeur aan het schuiflood omdat de dobber in de winter voor nogal wat weerstand zorgt. In de winter is de snoekbaars voorzichtig en moeten we er dus voor zorgen dat hij zo weinig mogelijk weerstand voelt bij het pakken van het aas. Zorg er bij het werken met schuiflood wel voor dat het lood goed en vrij over de lijn (niet te dik, 22/00 bijvoorbeeld) schuift, anders wordt het effect van het ontbreken van de dobber teniet gedaan. Hetzelfde geldt voor het plaatsen van hengelsteunen, optonics en (eventueel) wakers/monkey climbers. Een hengel die exact in de richting van het aas wijst, met zo licht mogelijke wakers/monkey climbers, werkt het beste. Als aas gebruiken we bij voorkeur een spiering, alver, (kleine) sardine of voorn van een cm of 12 a 15. Is de aasvis wat groot dan kunnen we ook aan een stuk vis denken. Een onderlijn van fluorocarbon in combinatie met een kleine enkele haak of dreg (eventueel twee indien de aasvis wat groter is) maken het geheel af.