Metersnoeken vangen is een geweldige ervaring. Maar makkelijk is het niet altijd. Het zijn ervaren rovers en ze laten zich niet zo makkelijk verleiden. Er is wel een aantal zaken waar je rekening mee kan houden. Wij zetten enkele wetenswaardigheden voor je op een rij.

Metersnoeken viswater

metersnoeken

Metersnoeken kan je overal aantreffen. Zelfs in sloten, vijvers en beken komen ze voor. Toch biedt groter water de beste kansen. Denk hierbij aan plassen, grindgaten, rivieren en kanalen. Als je echt op jacht bent naar metersnoeken dan kan je het beste voor dit soort wateren kiezen. Verder is het goed om in de gaten te houden of je veel kleine snoek vangt. Kleine snoek staat hoog op het menu van snoeken van boven de meter. Tref je veel kleine snoek aan? Dan bestaat de kans dat de echte metersnoeken ontbreken. Daarnaast vreet kleine snoek veel prooivis weg voordat deze heeft kunnen opgroeien. En laat de wat grotere prooivis nu net op het menu van de metersnoek staan... Kortom, vang je veel kleine snoek dan is het beter om te verkassen!

Metersnoeken stekken

Heb je het juiste water gevonden? Dan is het zaak om de juiste stekken te pakken. In het late voorjaar en in de zomer vind je metersnoeken vaak op de overgang van diep naar ondiep water. Denk aan een talud, een glooiing in de bodem, of oevers met riet en plompenbedden. Hier liggen ze in hinderlaag om prooivis te verschalken. Ook op de echt ondiepe delen van het viswater tref je ze dan in de vroegte of laat op de avond aan. Let hoe dan ook goed op de aanwezigheid van prooivis. Zie je scholen voorn, baars en blei? Springen er af en toe visjes weg? Dan heb je kans dat een metersnoek niet ver weg is. In de winter is het juist zaak om de diepe delen van het water te bereiken. Hier trekken de meeste prooivissen naar toe en de grote snoeken liggen hier op de loer. Zoek in de winter dus de diepe delen van het water op. Bekende winterstekken zijn havens, kades, de omgeving van sluizen, en aanmeerpalen.

Metersnoeken aas

Het aas dat je het beste kan gebruiken om metersnoek te vangen verschilt per jaargetijde. In het voorjaar en in de zomer worden de meeste metersnoeken gevangen met flinke pluggen. Deze mogen gerust een centimeter of 15 zijn. Goedvangende pluggen zijn de Pikefighter Triple en Screamin Devil Triple van Spro, de Salmo Fatso, en de Savage Gear 4Play. Naarmate de herfst vordert en de winter zijn intrede doet laten metersnoeken zich beter vangen aan dood aas. Vanwege hun gewicht en de koudere watertemperatuur jagen ze niet zo fanatiek meer. Een verse en eenvoudig aangeboden aasvis zoals een grote voorn, sardine of kleine makreel biedt dan goede resultaten. Je kan deze aasvissen met een snoekdobber op of de bodem met een beetmelder aanbieden. Ben niet bang dat je aasvis te groot is. Een dode aasvis van een centimeter of 30 is voor echt grote snoek geen enkel probleem en je beperkt er de kans op  (te) kleine snoek ook nog eens mee.

Metersnoeken materiaal

Om metersnoeken binnen te halen zal je materiaal tiptop in orde moeten zijn. Gebruik bij voorkeur een stevige en wat langere spinhengel met een relatief hoog werpgewicht. Hiermee kan je grote pluggen en dood aas prima werpen of er slepend mee vissen. Belangrijk is verder dat de hengel genoeg body heeft om de haak mee in de grote snoekenbek te zetten. Natuurlijk hoort een goede molen er ook bij. Deze hoeft echt niet zo duur te zijn. Er zijn genoeg spinmolens te krijgen met een uitstekende slip waar je niet de hoofdprijs voor hoeft te betalen. En zet op deze molen gevlochten lijn (18/00 of 20/00)! Deze heeft nauwelijks rek en maakt het aanslaan een stuk makkelijker. Tot slot mag een uitstekende onderlijn niet ontbreken. Ga voor een degelijke onderlijn met een hoge trekkracht en goede wartels. Dit geeft je zekerheid tijdens de dril van metersnoek en zal je plezier op deze prachtige vissen alleen nog maar versterken!